De Omgevingswet is al vele malen uitgesteld vanwege moverende redenen, zoals dat zo mooi wordt genoemd. Dat voelde vaak als een teleurstelling, een stapje terug, minder urgentie, weer herpakken en doorwerken naar de nieuwe inwerkingtredingsdatum. Als de finishlijn tijdens de koers wordt verlegd kost dat veel energie; je denkt dat je er bijna bent, maar toch moet je nog langer door!

Laat je niet afleiden; bepaal je eigen finishlijn

De Omgevingswet spoort ons daarmee aan om op een nieuwe wijze te werken en maakt het -meer dan tot nu toe- mogelijk, om datgene wat we bedenken en ontwikkelen, ook vast te leggen en te behouden. Het nieuwe ‘regel’- instrument, het omgevingsplan, faciliteert ons hierbij; op diverse fronten worden inspanningen geleverd om deze (complexe) juridisch-technische exercitie in goede banen te leiden. Hier gaan we uitkomen!

Laten we ons daarom niet telkens afleiden door het uitstel. De essentie van de ‘veranderopgave’ ligt in de andere planologische benadering van de maatschappelijk (transitie) opgaven. Blijf dus volharden in de ingeslagen route en bepaal je eigen finishlijn. Hiermee ben je als organisatie minder gevoelig voor het formele moment van invoering.

Wat is er al bereikt?

In 2011 werden de eerste voorbereidende stappen gezet in de stelselherziening. Vanaf 2014 zijn de meeste gemeenten bezig zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De energie die hierin is gestoken, heeft zeker al veel opgeleverd. Laten we eens stil staan bij wat bijvoorbeeld gemeenten sindsdien hebben bereikt:

  • Bijna alle gemeenten beschikken over een omgevingsvisie. Door hiermee aan de slag te gaan hebben zij gemerkt en beseft dat de maatschappelijke opgaven niet anders dan in samenhang benaderd kunnen en moeten worden. Hiermee zijn forse stappen gezet in de veranderopgave, die vanuit de stelselherziening toch een beetje de olifant in de kamer was (zo hebben wij dat ervaren, de laatste jaren).
  • Ongeveer 140 gemeenten hebben al ‘geoefend’ met de zogenaamde Crisis- en herstelwet (Chw)plannen. Zij hebben daarmee stappen gezet in het anders benaderen en regelen van nieuwe beleidsthema’s, zoals gezondheid en veiligheid, maar ook van bijvoorbeeld klimaatadaptatie.
  • We zijn ongemerkt weer ‘planologie’ gaan bedrijven. De grote maatschappelijke (transitie) opgaven, zoals de energie- en landbouwtransitie, die in het laatste decennium manifest zijn geworden, vragen om een (samenhangende) benadering en gedurfde keuzes waarin de stelselherziening juist voorziet. De tijd van het afvinken van de bekende lijstjes ligt achter ons. De behoefte aan en het aanbod van een nieuw instrumentarium komen dus op een goed moment samen.
  • Vorm en inhoud geven aan het participatieproces zijn gemeengoed geworden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Discussies over nut en noodzaak behoren tot het verleden. Maatwerk is de nieuwe norm.
  • Bij het nemen van de noodzakelijke raadsbesluiten zijn fundamentele gesprekken gevoerd over de rol(verdeling) van de gemeenteraad, het college en de samenleving om te komen tot een betere, snellere en transparantere besluitvorming.

Kortom, het gedachtengoed van de Omgevingswet is (wellicht ongemerkt) doorgedrongen in de wijze waarop gemeenten de fysieke leefomgeving zijn gaan benaderen en invullen.

4 tips voor de route naar de finishlijn

  1. Maak gebruik van de aangereikte tools en handreikingen als je met de Omgevingswet-instrumenten aan de slag gaat. Ja, het is maatwerk, maar je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden. 344 gemeenten en vele ontwikkelaars staan voor dezelfde opgave. 
  2. Blijf, ondanks de druk op de capaciteit, ruimte en tijd reserveren om te kunnen oefenen met het DSO en de nieuwe manier van werken die de Omgevingswet beoogt.  
  3. Ga door op de ingeslagen weg. Houd de energie vast en besef en benadruk wat je al hebt bereikt en draag dit uit in je organisatie en daarbuiten.
  4. Durf ‘fouten’ te maken. Het zal niet in één keer goed gaan. Besteed daarom extra aandacht aan de verwachtingen. Wat kun je waarmaken? Niet alleen binnen je organisatie, richting politiek en bestuur, maar zeker ook richting initiatiefnemers. De dynamiek in de fysieke leefomgeving en samenleving is groot; we moeten telkens bijsturen. Denk daarbij aan de inpassing van de huidige energiecrisis of de woningbehoefte.

Staar je dus niet blind op de nu voorgestelde datum van 1 juli 2023, het kan ook zomaar 1 januari 2024 worden.

Dat maakt ook niet uit, want je bepaalt vanaf nu immers zelf waar de finishlijn ligt!