Het wordt geen 1 januari 2022, maar 1 juli 2022. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is met een half jaar uitgesteld. Dit verschaft gemeenten extra tijd om zich voor te bereiden. Dit lijkt een cadeautje, maar dat is het allerminst. ‘Juist nu is het de kunst om de vaart erin te houden’, vinden Omgevingswet-experts Robert Forkink en Edwin Oude Weernink van ingenieurs- en adviesbureau Antea Group.

Juist nu op koers blijven

Het zat er al aan te komen, een paar maanden uitstel van de Omgevingswet. Dit om meer ruimte te bieden voor een zorgvuldige en verantwoorde voorbereiding op de implementatie. Voor de programmamanagers die verantwoordelijk zijn voor de implementatie van de Omgevingswet, betekent uitstel volgens Forkink en Oude Weernink juist dat ze aan de bak moeten. Forkink: ‘Nu is het moment om alles op alles zetten om de Omgevingswet op de agenda’s te houden, budgetten te blijven claimen en je programmagroep op koers te houden. Vermijd de schijn van temporiseren, geen tijd te verliezen.’

Zes maanden extra tijd

Uitstel haalt de druk er voor het gevoel even af. En daar komt bij dat uitstel de problemen die gemeenten ervaren bij de implementatie van de Omgevingswet niet oplost. Oude Weernink: ‘De budgetten zullen de komende jaren nog meer onder druk staan, de capaciteit om de implementatie mogelijk te maken is in veel gemeenten onvoldoende voorhanden. Er liggen immers genoeg opgaves die om de volle aandacht vragen.’

Toch is de urgentie er wel degelijk. Oude Weernink: ‘Die Omgevingswet komt er. Als gemeente heb je nu eenmaal de taak én de opdracht om die wet uit te gaan voeren. Of je nu wilt of niet. Je krijgt zes maanden extra tijd om die bestemming te bereiken. En om daar te komen, moet je alle zeilen bijzetten. Zeker in de wetenschap dat de implementatie van de Omgevingswet niet eenvoudig is gebleken. Het gaat over wet- en regelgeving, ICT, maar ook over een andere manier van werken (in feite de veranderkundige opgave).’ En we merken dat dit veel vergt van mensen en organisaties, aldus Robert Forkink.

Drie aanbevelingen

STAP 1: Kijk eerst achterom, voordat je verder gaat

Forkink: ‘Stel jezelf de vraag: wat hebben we in de eerdere uitstelperiodes gedaan en wat kunnen we daarvan leren? Welke stappen hebben we destijds gezet, waar hebben we weinig vooruitgang geboekt en welke redenen lagen daaraan ten grondslag? Met dit inzicht kun je een plan maken om in de extra tijd die je nu krijgt, vooruitgang te blijven boeken.’

STAP 2: Stick to the plan

Oude Weernink: ‘De meeste gemeenten werken hard aan de implementatie van de Omgevingswet. Er is een programmateam, een roadmap, een werkstructuur. Een hele opgave en kunst om dit vast te houden. Houd de raad betrokken en agendeer de Omgevingswet. En zorg ervoor dat je met het programmateam het urgentiebesef blijft uitdragen.

STAP 3: Prioriteer slim

Forkink: ‘Het uitstel biedt ruimte om te onderzoeken waar je staat en wat je in elk geval nog moet doen. Zo ligt voor de kortere termijn het zwaartepunt op de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Hoe ga je die borgen volgens de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen? Heb je hiervoor al de juiste mensen in huis? En denk aan de integratie van de bestaande verordeningen. Nu heb je de gelegenheid om de juridische basis te actualiseren en harmoniseren als opmaat naar het omgevingsplan. Denk ook vooral aan het Transitieplan omgevingsplan, dat inzicht geeft in de opgaven rondom de transitie van de bestemmingsplannen.’

Tot slot

Komt er van al dit uitstel geen afstel? ‘Zeker niet’, verwachten Forkink en Oude Weernink. De ambities en de doelen die we in 2011 met de Omgevingswet hadden, staan nog altijd. Minder regeldruk, meer participatie, meer samenhang en meer lokaal en duurzaam ontwikkelen: ze vormen nog altijd de reden om deze stap te zetten. Dat er uitstel ligt, komt omdat de implementatie ingrijpender en complexer is dan voorzien. De impact op organisaties is groot, terwijl het er allemaal even bij moet.

Kortom: temporiseren of accelereren? ‘Dat eerste is zeker geen optie. En we denken dat de tweede voor veel gemeenten niet haalbaar is. Het is zaak om in elk geval in dezelfde versnelling door te gaan. Hiermee kom je, nu er iets meer tijd is, uiteindelijk ook op de eindbestemming.’