De historici van het team Ontplofbare Oorlogsresten struinen dagelijks door de archieven, dagboeken en luchtfoto’s in de zoektocht naar achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten. Hierdoor kunnen grondroerende werkzaamheden veilig worden uitgevoerd. Tussen al dat papierwerk duiken de opvallendste verhalen op. In deze maandelijkse rubriek delen onze historici van het team Ontplofbare Oorlogsresten één van die bijzondere vondsten uit het archief.

De oorlog suddert na

Vandaag vieren we op 5 mei in Nederland de Duitse capitulatie. Iedereen kent de bekende beelden van de intocht van de geallieerde troepen. Canadezen die chocola uitdelen en kinderen die meerijden op tanks. Maar wat gebeurt er, vandaag 81 jaar geleden, op de plekken die de geallieerde troepen nog niet bereikt hebben? De Binnenlandse Strijdkrachten, samengesteld uit verschillende verzetsgroepen, staan klaar om orde te handhaven tot de geallieerden arriveren, maar hun onduidelijke bevoegdheden zorgt juist voor wanorde en gevaar tot ver na de bevrijding. De capitulatie op 5 mei is een rommelige en zelfs gevaarlijke overgangsperiode waarin niemand precies weet wie het laatste woord heeft.

De positie van de Binnenlandse Strijdkrachten

Na de capitulatie van Duitsland, wordt op verschillende plekken in Nederland, de vraag: “wie is er dan nu de baas?”, niet overal eenduidig beantwoord. De Binnenlandse Strijdkrachten (BS) weten niet precies hoe ver hun bevoegdheden reiken, maar de officiële instructie is duidelijk: de BS mogen géén Duitse militairen ontwapenen. Deze taak is exclusief voorbehouden aan de geallieerden, die nog niet overal in Nederland gearriveerd zijn. Terwijl sommige BS-groepen het nog afwachtten, gaan anderen over tot actie. En daarmee zoeken ze een gevaarlijke grens op, want de Duitse troepen willen zich uitsluitend aan de geallieerden overgeven en beschouwden ontwapening door de BS als onwettig en vernederend. Dat leidt op meerdere plaatsen tot gewelddadige confrontaties.

Zo accepteert de Duitse bevelhebber in Bilthoven niet dat zijn officieren gevangen zijn gezet door de BS. Hij stuurt op 5 mei een bewapende ontzettingsploeg naar het dorp Westbroek, waaronder ervaren Fallschirmjägers, én zelfs gepantserde verkenningswagens met kanonnen. In de middag rukt deze eenheid richting het dorp op en binnen een korte tijd breekt een dodelijk vuurgevecht uit tussen de ongetrainde verzetsleden en ervaren Duitse soldaten. Ook in plaatsen als Amersfoort, Rotterdam en diverse kleinere dorpen blijft het onrustig. Op 5 mei breken in Amersfoort vuurgevechten uit tussen de Binnenlandse Strijdkrachten en Duitse soldaten. En in Rotterdam houdt de Duitse bevelhebber zelfs stand tot 8 mei, toen de Canadezen de stad binnentrekken.

Ontwapening

Zodra de geallieerden overal in Nederland zijn aangekomen, telt het land nog wel 120.000 uitgeruste Duitse soldaten die allemaal ontwapend moeten worden. Zij worden opgeroepen om hun wapens, uitrusting en wapentuig in te leveren. Alles wat van de Wehrmacht in beslag wordt genomen wordt opgestapeld op hoge stapels bergen vol met geweren, helmen, gasmaskers en bajonetten. Kisten en karren vol munitie. Pas wanneer niets meer rest dan een uniform, begint voor de soldaat de terugtocht naar de Heimat. De oorlog is dus niet met één handtekening beëindigd, want werkelijk vrij van oorlog is Nederland op dat moment nog niet. Het opruimen, vernietigen en recyclen van wapens, helmen en munitie, waar ze 81 jaar geleden mee begonnen zijn, is een taak waar we tot op heden nog druk mee bezig zijn. Want de restanten van een vier jaar lange strijd laat al decennialang zijn sporen in de bodem na.

[1] J.C. Brugman, ‘Het drama in Westbroek op 5 mei 1945’. De Biltse Grift (2004).
 

Het wapendepot in Soest, waar de Duitsers hun wapens moeten inleveren. De stapel wapens bestaan uit het wapen Mauser Karabiner 98k. Bron: Fotocollectie Anefo, 2.24.01.03 via: http://hdl.handle.net/10648/ac099b74-d0b4-102d-bcf8-003048976d84