De gemeenten Amsterdam en Haarlem behoren dit jaar tot de top drie genomineerden voor de Duurzaamheid Award van Antea Group. Met het programma Scale Up Toekomstbestendige Kunstgrasvelden werken beide gemeenten samen met marktpartijen aan een nieuwe generatie sportvelden. Velden die niet alleen ruimte bieden om te sporten, maar ook bijdragen aan circulariteit, klimaatadaptatie en de energietransitie.
De komende tien jaar moeten in Amsterdam en Haarlem meer dan 200 kunstgrasvelden worden vervangen. Die schaal biedt de kans om duurzame oplossingen te ontwikkelen, in de praktijk te testen en vervolgens breed toe te passen en op te schalen. Zo kan een kunstgrasveld in de toekomst bijvoorbeeld regenwater vasthouden, de omgeving verkoelen, energie leveren én een oplossing bieden voor stedelijke uitdagingen.
Van probleem naar oplossing
Het programma begon ongeveer vijf jaar geleden. De gemeente Amsterdam zag veel innovaties binnen de sportsector ontstaan, maar merkte dat goede ideeën vaak in de pilotfase bleven hangen. “We gingen eigenlijk van pilot naar pilot, terwijl er weinig werd opgeschaald”, vertelt Nina van Kranendonk, programmamanager Scale Up bij de gemeente Amsterdam. “Tegelijkertijd hebben kunstgrasvelden niet zo’n goed imago als het om duurzaamheid gaat, terwijl we in de stad te maken hebben met problemen als hittestress, wateroverlast en energiecongestie. Toen ontstond de gedachte: kunnen kunstgrasvelden juist onderdeel worden van de oplossing?”
Dat vroeg om een andere manier van aanbesteden. In plaats van vooraf exact voor te schrijven welk sportveld marktpartijen moesten realiseren, stelde Amsterdam het probleem centraal: dit zijn oplossingen voor onze duurzaamheidsambities. Welke oplossingen kan de markt hierop bieden?
Een Europese subsidieoproep rondom governance en circulariteit bood vervolgens de mogelijkheid om het programma verder uit te bouwen. Amsterdam vond in Haarlem een partner met vergelijkbare ambities. Samen met SRO, dat in Haarlem onder meer verantwoordelijk is voor de bouw en exploitatie van sportaccommodaties, werd een succesvolle aanvraag gedaan bij het LIFE-programma van de Europese Unie.
Niet inkopen wat er al is
Een belangrijk onderdeel van de aanpak is het innovatiepartnerschap als aanbestedingsprocedure. Amsterdam en Haarlem kopen niet simpelweg het duurzaamste kunstgrasveld in dat al verkrijgbaar is. Marktpartijen krijgen ruimte om oplossingen te ontwikkelen die nog niet of onvoldoende beschikbaar zijn. “Je stelt de vraag anders aan de markt”, legt Van Kranendonk uit. “Je zegt: we hebben dit probleem en zoeken daarvoor een oplossing, maar we definiëren die oplossing niet volledig. Marktpartijen krijgen de ruimte om met ideeën te komen en innovaties verder te ontwikkelen.”
Het innovatiepartnerschap is gecombineerd met het gedachtegoed van het relationeel contracteren. Samenwerking, transparantie en vertrouwen spelen daardoor een belangrijke rol. Volgens Wouter Stuive, technisch manager bij de gemeente Amsterdam, is dat minstens zo vernieuwend als sommige technische innovaties. “Je zit naast elkaar om de doelen te bereiken, in plaats van tegenover elkaar. Juist omdat het om een langdurige samenwerking gaat, kun je vertrouwen opbouwen en steeds meer samendoen.”
Schaal maakt innovatie mogelijk
De grote vervangingsopgave geeft marktpartijen de ruimte en zekerheid om in nieuwe oplossingen te investeren. “Je hebt veel velden waarop je oplossingen kunt testen en vervolgens kunt opschalen”, vertelt Van Kranendonk. “Door de langere looptijd van 10 tot 12 jaar ontstaat ruimte om samen te leren, verder te ontwikkelen en te innoveren.”
Marktpartijen worden bovendien eerder bij projecten betrokken. De expertise van aannemers, gemeenten en sportverenigingen komt vanaf de voorbereiding samen. Zo kan de kennis die binnen het ene project wordt opgedaan, worden benut bij volgende projecten.
Een sportveld als klimaatoplossing
Scale Up werkt vanuit vier duurzaamheidsdoelen: slim & schoon, circulariteit, klimaatadaptatie en energie.
Bij circulariteit gaat het onder meer om hergebruik, hoogwaardige recycling en biobased materialen. Voor klimaatadaptatie wordt gekeken naar het tegengaan van hittestress en het slim opvangen en gebruiken van regenwater. “Kunstgrasvelden kunnen op warme dagen erg heet worden, zeker in dichtbebouwde gebieden”, vertelt Van Kranendonk. “Tegelijkertijd krijgen we steeds vaker te maken met droogte én hevige regenval. Dan is de vraag: kunnen we de ruimte van een kunstgrasveld gebruiken om water op te slaan en later opnieuw te gebruiken?”
Ook op energiegebied liggen kansen. Zo wordt onderzocht of warmte uit sportvelden kan worden gewonnen en opgeslagen. Sportparken zouden daarmee uiteindelijk niet alleen energie kunnen gebruiken, maar ook kunnen leveren aan hun omgeving. Daarbij blijft de sportfunctie vooropstaan. “Het zijn en blijven sportvelden”, benadrukt Stuive. “We willen dat mensen goed en gezond kunnen blijven sporten. Als een veld op hete dagen veel minder warm wordt, is dat óók duurzaamheid.”
Meten wat daadwerkelijk werkt
Een innovatie is niet automatisch een duurzame oplossing. De drie betrokken consortia - EnergieVeld, GOO4iT en Antea Sport - ontwikkelen daarom oplossingen die eerst op kleine prototypevelden worden toegepast en een jaar lang gemonitord. Na het prototype volgt een pilotfase op een volwaardig sportveld. Tegelijkertijd worden naast de innovatieontwikkeling bij reguliere projecten al duurzame oplossingen toegepast die zich hebben bewezen.
“We meten continu een jaar rond”, vertelt Van Kranendonk. “Op basis van weerdata en gegevens uit de kunstgrasvelden kunnen we oplossingen vergelijken. Vervolgens kijken we niet alleen naar de duurzaamheidswinst, maar ook of een innovatie betaalbaar, haalbaar en opschaalbaar is.”
Een andere manier van samenwerken
De Scale Up draait daardoor niet alleen om technische innovatie. Het programma vraagt ook om een andere cultuur bij opdrachtgevers en opdrachtnemers. “We hebben misschien onderschat hoeveel cultuurverandering hierbij komt kijken”, zegt Stuive. “De techniek is meestal niet het probleem. Het gaat veel vaker over het gesprek: willen en kunnen we het echt anders doen? Dat vraagt open communicatie en in het begin soms extra tijd. Je kunt iets bedenken dat ontzettend duurzaam is, maar als het niet betaalbaar is, kunnen we het niet opschalen”, aldus Stuive. “Dus ook gesprekken over kosten, budget en keuzes proberen we zo transparant mogelijk te voeren.”
De markt in beweging
Hoewel het veranderen van de kunstgrasbranche geen doel op zichzelf is, merken de betrokkenen dat Scale Up beweging veroorzaakt. “De kunstgraswereld is op bepaalde punten best traditioneel”, vertelt Stuive. “Je ziet bijvoorbeeld recycling en energie vaak als losse onderdelen. Wij proberen die werelden meer bij elkaar te brengen. Door de manier waarop wij onze vragen aan de markt hebben gesteld, is er reuring ontstaan.”
Voor Hugo Heitmeijer, projectmanager Sport en duurzaamheidsambassadeur binnen Antea Group, is dat een belangrijke reden om Amsterdam en Haarlem voor te dragen voor de Duurzaamheid Award. “Als je midden in zo’n project zit, zie je soms niet meer hoe uniek een samenwerking is. Maar er is bijna nergens anders een plek waar we dit op deze schaal kunnen realiseren. Het is aan ons om die kans te benutten.”
Kennis delen en opschalen
De impact moet uiteindelijk verder reiken dan Amsterdam en Haarlem. De ontwikkelde innovaties én de gekozen inkoop- en samenwerkingsmethodiek worden daarom gedeeld met andere steden. “We hebben contact met Nederlandse gemeenten, maar ook internationaal”, vertelt Van Kranendonk. “We hebben delegaties uit Barcelona op bezoek gehad en contacten met Helsinki en Kopenhagen. Er wordt veel kennis over en weer gedeeld.”
Ook gemeenten binnen de Metropoolregio Amsterdam kunnen profiteren van het voorwerk. Volgens Heitmeijer hoeven andere gemeenten niet hetzelfde intensieve innovatieproces te doorlopen. “Je hoeft niet op acht plekken dezelfde proeftuin te organiseren. Doe het op één of twee plekken heel goed, leer daarvan en zorg er vervolgens voor dat anderen van de resultaten kunnen profiteren.”
Als duurzaamheid de standaard wordt
Wanneer is het programma echt geslaagd? Voor Stuive is het antwoord duidelijk: wanneer de innovaties van vandaag over een paar jaar de standaard zijn geworden. “Het zou geweldig zijn als we op een warme dag nog steeds gezond kunnen sporten, dat we water uit het veld gebruiken om andere velden te beregenen en dat we de warmte uit een sportveld benutten voor gebouwen of een zwembad in de buurt.”
Daarmee is de ambitie groter dan het verduurzamen van sportvelden. Scale Up laat zien hoe een alledaagse voorziening een nieuwe functie kan krijgen in een stedelijke omgeving: als plek om te sporten én als waterbuffer, energiebron en proeftuin voor circulaire oplossingen. Zo kan het sportveld van de toekomst uitgroeien van duurzaamheidsvraagstuk tot onderdeel van de oplossing.
Meer weten over dit project?
Neem dan contact met mij op.