De gemeente Lansingerland behoort dit jaar tot de top drie genomineerden voor de Duurzaamheid Award van Antea Group. Met het Grondstoffen Inzamelstation en de gebiedsontwikkeling Wilderszijde laat de gemeente zien hoe duurzaamheid in de praktijk vorm krijgt. Van circulair bouwen en hergebruik van materialen tot natuurinclusieve woningbouw en klimaatadaptatie: in Lansingerland blijft duurzaamheid niet bij ambities op papier, maar wordt het zichtbaar in de leefomgeving.

“Deze twee projecten maken ons duurzaamheidsbeleid tastbaar”, vertelt Lizanne Dirkx, adviseur duurzaamheid bij de gemeente Lansingerland. “Inwoners kunnen zelf zien en ervaren wat een duurzame leefomgeving betekent. Het laat zien wat we nu al doen, en niet alleen wat we van plan zijn.”

Meer dan een plek om afval weg te brengen

Het Grondstoffen Inzamelstation is daar een goed voorbeeld van. Waar een traditionele milieustraat vooral bedoeld is om afval in te leveren, wilde Lansingerland een plek creëren waar grondstoffen een tweede leven kunnen krijgen. “We hadden natuurlijk gewoon een nieuw afvalbrengstation kunnen bouwen”, vertelt Reinier van Trigt, omgevingsmanager en ambtelijk opdrachtgever bij de gemeente. “Maar we vroegen ons af: kunnen we meer maken van een plek waar inwoners een paar keer per jaar komen? Zo ontstond het idee om ook ruimte te bieden aan initiatieven die zich bezighouden met hergebruik en circulariteit.”

Het resultaat is een inzamelstation waar niet alleen afvalstromen worden gescheiden, maar waar ook ruimte is voor bijvoorbeeld een repaircafé en andere circulaire initiatieven. De gemeente zoekt daarbij de samenwerking met kringloopwinkels, een houtwerkplaats, sociale organisaties en scholen. Ook het gebouw zelf is een voorbeeld van circulair bouwen. De betonconstructie is modulair en demontabel, zodat onderdelen in de toekomst kunnen worden aangepast of elders opnieuw gebruikt. Daarnaast zijn onder meer CLT (houtconstructies), houtvezelisolatie en hergebruikte materialen toegepast.

Sommige oplossingen zijn verrassend eenvoudig. “We hebben oude stoeptegels doormidden gebroken en daarmee de gevel van het kantoor gemetseld”, vertelt Van Trigt. “Dat is iets wat je normaal gesproken niet doet. Maar juist door steeds te kijken wat je met restmaterialen kunt maken, ontstaan bijzondere oplossingen.”

Duurzaamheid tot op het dak

Ook op energiegebied gaat het Grondstoffen Inzamelstation een stap verder. Het gebouw is energiezuinig ontworpen en voorzien van zonnepanelen, warmteterugwinning en een grijswatersysteem om regenwater op te vangen en opnieuw te gebruiken. De grote dakconstructie biedt bovendien ruimte voor meer zonnepanelen dan het gebouw zelf nodig heeft. 

“We wilden dat inwoners en medewerkers droog hun werk konden doen, dus kozen we voor een grote overkapping”, legt Van Trigt uit. “Vanuit de gemeenteraad is met de motie ‘zoek de zon op residu’ een onderzoeksvraag gesteld om te kijken naar het resterende dakoppervlak, en hoe we dat optimaal konden benutten. Zo kwam de energiecoöperatie LansingerStroom in beeld.” Door samen te werken met de lokale energiecoöperatie kan de opgewekte duurzame energie ook ten goede komen aan de inwoners. Tegelijkertijd laat de gemeente zien hoe de bestaande ruimte slimmer kan worden benut voor de energietransitie.

Een nieuwe wijk waar natuur en wonen samengaan

Bij Wilderszijde krijgt duurzaamheid een heel andere schaal. In deze nieuwe woonwijk komen ongeveer 3.000 woningen, aangevuld met onder meer scholen, een sporthal, een commercieel centrum en een groot park. De wijk wordt ontwikkeld met aandacht voor energie, biodiversiteit, groen en water. “Wilderszijde wordt een groene, duurzame, natuurinclusieve en klimaatadaptieve woonwijk”, vertelt Jeremy Krunic, projectleider gebiedsprojecten. “We hebben die ambities vanaf het begin stevig verankerd in onze plannen. Daardoor vormen groen en water echt de basis van de wijk.”
De wijk bestaat uit drie deelgebieden: Groenwijk, Waterwijk en Polderwijk. In elk gebied wordt rekening gehouden met mens en dier. Per bouwveld wordt gekeken welke icoonsoorten, zoals de blauwborst, steenuil en egel, er passen en hoe hun leefgebied kan worden versterkt. Bijvoorbeeld met natuurvriendelijke oevers, bomenlanen en veilige doorgangen onder wegen en bij bruggen. 

Ook de woningen dragen bij aan de biodiversiteit. “In het eerste deelgebied zijn bijvoorbeeld nestvoorzieningen voor vleermuizen, vlinderkasten en insectenhotels geïntegreerd”, vertelt Krunic. “De maatregelen in de openbare ruimte, aan woningen en in tuinen sluiten op elkaar aan. Zo ontstaat een leefomgeving waarin dieren voedsel, beschutting en een verblijfplaats vinden.”

Daarnaast zet de gemeente samen met de ontwikkelaars en bouwers in op energiezuinige woningen, duurzame bouwmaterialen en slimme oplossingen voor waterberging. Zo moet Wilderszijde niet alleen een aantrekkelijke woonwijk worden, maar ook bestand zijn tegen veranderende klimaatomstandigheden.

Ambities vasthouden vraagt samenwerking

Een duurzame wijk ontwikkelen is één ding. Zorgen dat de ambities gedurende een jarenlang bouwproces overeind blijven, is minstens zo belangrijk. “Het bestemmingsplan is in 2021 vastgesteld, maar inzichten en mogelijkheden ontwikkelen zich voortdurend”, vertelt Wouter van Leeuwen, ambtelijk opdrachtgever voor Wilderszijde. “Dan moet je elkaar blijven stimuleren om met de tijd mee te gaan.”

Dat gebeurt bijvoorbeeld door nieuwe bouwmethoden te omarmen. In een groot aantal woningen in de eerste fase van Wilderszijde is door de ontwikkelaars gekozen voor houtbouw, waarbij ook woningcorporaties bereid waren houten woningen af te nemen. Volgens Van Leeuwen vraagt dat om samenwerking en realisme. Duurzame keuzes brengen soms extra investeringen met zich mee, terwijl de voordelen pas op langere termijn zichtbaar worden. “Je moet ontwikkelaars laten zien dat toekomstbestendig bouwen uiteindelijk ook waarde oplevert. Daarover moet je met elkaar in gesprek blijven.”

Ook binnen de gemeentelijke organisatie is duurzaamheid steeds vanzelfsprekender geworden. Dirkx en collega’s werken onder meer aan toetsingsinstrumenten waarmee ontwikkelaars kunnen aantonen hoe hun plannen bijdragen aan klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. “Duurzaamheid is niet het enige kader waarmee we werken”, benadrukt ze. “Je moet altijd afwegingen maken. Maar door duidelijke instrumenten te ontwikkelen, zorgen we ervoor dat onze ambities vanaf het begin worden meegenomen.”

Niet alleen duurzaam bouwen, maar ook anders samenwerken

De projecten laten zien dat duurzaamheid verder gaat dan materiaalkeuzes en technische oplossingen. Juist de samenwerking met andere partijen maakt het verschil. Bij het Grondstoffen Inzamelstation wordt bijvoorbeeld samengewerkt met het onderwijs. Studenten van een hoveniersopleiding van mbo Oostland maakten een ontwerp voor een deel van de groeninrichting en hielpen bij de aanleg.

Tegelijkertijd vraagt het samenbrengen van verschillende circulaire initiatieven om nieuwe afspraken. Wie gebruikt welke ruimte? En hoe kunnen organisaties elkaar versterken? “Je weet vooraf niet precies hoe alles gaat lopen”, vertelt Van Trigt. “Maar door met elkaar in gesprek te blijven, kom je tot oplossingen. Het mooie is dat je verschillende initiatieven samenbrengt die allemaal bijdragen aan minder afval en meer hergebruik.”

De gemeente deelt haar ervaringen ook met andere gemeenten. Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt kennis uitgewisseld over duurzaamheidsbeleid, innovatieve oplossingen en de praktijk van circulair bouwen.

Een gemeente die verder kijkt

Voor Ronald Taal, expert Bouw bij Antea Group, was de aanpak van Lansingerland reden om de gemeente voor te dragen voor de Duurzaamheid Award. Hij was als projectleider betrokken bij het Grondstoffen Inzamelstation. “Toen ik de oproep voor deze award zag, dacht ik meteen: dit project moet ik indienen”, vertelt Taal. “We hebben hier samen een ontzettend mooi en duurzaam inzamelstation gerealiseerd. De gemeente staat echt open voor circulaire oplossingen en nieuwe ideeën.”

Volgens Taal onderscheidt Lansingerland zich vooral door de bereidheid om verder te kijken dan wet- en regelgeving. “Duurzaamheid stond vanaf het begin hoog op de agenda. Ook als dat extra investeringen vroeg. Je merkt dat de gemeente zelf actief zoekt naar mogelijkheden om projecten duurzamer te maken.”

Bouwen voor de generaties van morgen

Wat hopen de betrokkenen over tien jaar terug te zien van de keuzes die vandaag worden gemaakt? Voor Dirkx is dat vooral een hoogwaardige leefomgeving, waarin duurzame en hergebruikte materialen vanzelfsprekend zijn geworden. Krunic hoopt dat bewoners de natuurinclusieve inrichting van Wilderszijde omarmen en in stand houden. En Van Trigt ziet graag een Grondstoffen Inzamelstation waar circulaire initiatieven volop gebruikmaken van de beschikbare ruimte.

Van Leeuwen heeft nog een andere wens. “Binnenkort is er een vogelexcursie in Wilderszijde. Daarmee laten we zien dat natuur en woningbouw samen kunnen gaan en elkaar kunnen versterken. Als we over tien jaar opnieuw zo'n excursie organiseren, hoop ik dat die heel lang duurt omdat er zoveel vogels te zien zijn.”

Het is precies die gedachte die de projecten verbindt. Duurzaamheid gaat in Lansingerland niet alleen over wat er vandaag wordt gebouwd, maar vooral over de leefomgeving die daarmee voor de toekomst ontstaat. Of, zoals Van Trigt het verwoordt: “Je kunt maar één keer bouwen voor de komende vijftig jaar. Daar kun je vervolgens jarenlang last van hebben, of jarenlang plezier. Dan kiezen wij voor dat laatste.”